Thamnophis butleri

Thamnophis butleri: Butler’s Kousebandslang.

Algemeen

Volwassen vrouw van T.butleri (Nakweek)Thamnophis butleri is zeer zeldzaam in gevangenschap en wordt nauwelijks gehouden in Europa.

Toch is hij zeker in het verleden wel met enige regelmatig geïmporteerd en zijn er in de wat oudere literatuur wel wat verslagen te vinden van ervaringen met T. butleri in gevangenschap.

Hij behoort tot de relatief klein blijvende soorten kousebandslangen (samen met o.a. T. brachystoma, T. ordinoides, T. scaliger en T. scalaris) die over het algemeen minder afhankelijk lijken te zijn van water en voornamelijk worden gevonden onder objecten zoals stenen, planken en stronken. T. butleri is nauw verwant aan T. radix en T. brachystoma.

Lengte en lichaamsbouw van Thamnophis butleri

Het is een klein blijvende soort. Ze worden gemiddeld maar 38 – 51 cm lang. De vrouwtjes kunnen maximaal ongeveer 60 cm worden. De mannetjes blijven een stuk kleiner.

Volwassen vrouw van T.butleri (Nakweek)Ondanks hun geringe grootte zien ze er toch relatief stevig uit. De kop is relatief klein, typisch voor een wormenspecialist.

Voor T. butleri (vrouwtjes) wordt als maximum 73,7 cm genoemd, maar dit is wel heel uitzonderlijk groot.
Mijn grootste vrouwtje is nu ongeveer 7 jaar oud en meet 62,5 cm.
Mijn grootste mannetje is 50,4 cm lang op 7 jarige leeftijd.

De vrouwtjes worden geslachtsrijp bij een totale lengte van ongeveer 43 cm (Rossman, Ford & Siegel, 1996).

Beschrijving

Volwassen vrouw van T.butleri (Nakweek)Thamnophis butleri heeft meestal een donker bruine tot roodbruine kleur met 3 heldergele lengte strepen.

De zijstreep zit op schubrij 2,3 en de onderkant van 4. Een enkele keer ook op de bovenkant van schubrij 1.
Deze kleurencombinatie lijkt op het eerste gezicht weinig bijzonder en komt bij meerdere soorten kousebandslangen (o.a. T.sirtalis) vaak voor.

Maar voor wie beter kijkt ziet een bijzonder fraaie en unieke kousebandslang. Het bruin is vaak prachtig roodbruin, zeker onder de zijstrepen. De strepen kunnen prachtig warmgeel zijn of wat bleker geel.

Juveniele T.butleri ( waarschijnlijk 1 jaar oud) in Augustus in MichiganTussen de strepen kunnen ze soms wat donkere vlekjes hebben, maar deze zijn zelden duidelijk zichtbaar. Verder kan de huid tussen de schubben witte vlekken hebben, maar dit is meestal alleen zichtbaar na een maaltijd of als de slangen zwanger zijn.

Ze hebben en relatief kleine kop met prachtig glimmende schubben.

De buik is meestal licht van kleur zonder duidelijke tekening.

Terrarium

Volwassen vrouw van T.butleri (Nakweek)Deze dag actieve soort is vaak duidelijk zichtbaar in het terrarium, mits het niet te warm is. Zonnend onder de lamp op een tak of de grond. Dit ondanks zijn in de natuur verborgen levenswijze. Hierbij moet wel vermeldt worden dat dit sterk zal afhangen hoe het terrarium is ingericht.

In tegenstelling de meeste van mijn andere soorten lijkt deze kousebandslang graag weg te kunnen kruipen in een lokaal ietwat vochtige bodemgrond.

“Cocopeat” lijkt ideaal hiervoor, en dat gebruik ik dan ook momenteel.

Volwassen vrouw van T.butleri (Nakweek)Het is dus belangrijk ze niet helemaal kurkdroog te houden. In het wild eten ze voornamelijk (uitsluitend) wormen. Ik voer mijn volwassen dieren echter meestal uitsluitend ontdooide vis (spiering) en maar af en toe wormen, eventueel gemengd met wat “pinkies”.
De jonge dieren geef ik in het begin een mengsel van wormen en kleine stukjes vis. Zodra ze dat goed eten breng het aandeel wormen omlaag.

Als de dieren uitsluitend wormen worden gevoerd moet er wel extra calcium worden toegevoegd aan de wormen.

Ik geef mijn dieren (ook de baby’s) altijd een winterrust van minimaal 6 (de jongen) tot wel meer dan 12 weken bij een temperatuur van 2 – 8 °C.

Als richtlijn voor de minimale afmeting van het terrarium met daarin 1 volwassen koppel houd ik 50 x 40 x 40 cm aan.

Verspreiding & habitat van Thamnophis butleri

Habitat van T. butleri in Michigan in Augustus; "prairie met hoog gras"Deze kousebandslang komt voor in een relatief klein gebied in het noordoosten van de USA (Michigan, Ohio, Indiana en een relict populatie in Wisconsin) en in het zuidoosten van Ontario (Canada).

Ze komen voor op hoogtes variërend van 152 m tot 457 m. Mijn dieren komen oorspronkelijk uit Michigan en Ohio. Zelf heb ik deze soort enkele malen waargenomen in Ontario en Michigan.

Habitat van T. butleri in Michigan in Augustus; stuk hout...Het typische habitat wordt het beste omschreven als “prairie met hoog gras”.
Een open grasland met relatief hoge kruidachtige planten en hier en daar een boom.Het habitat in Michigan was laaggelegen en de bodem was erg nat in het voorjaar. Open water was niet in de buurt, maar wel kleine afwateringskanaaltjes die in de zomer droog vallen.

Wormen kwamen overvloedig voor.

Juveniele T.butleri (waarschijnlijk 1 jaar oud) in Augustus in MichiganDe Butler’s kousebandslangen werden hier gevonden door planken, stenen of andere voorwerpen om te draaien. Thamnophis sirtalis sirtalis en Storeria occipimacculata komen hier ook voor in hetzelfde habitat en soms onder dezelfde voorwerpen.

Michigan heeft een typisch landklimaat: de winters zijn veelal lang en het kan er bitter koud zijn. De winters kunnen al in oktober invallen en soms wordt het pas eind april lekker weer. Thamnophis butleri zal dan ook een lange winterrust houden van minimaal 5 – 7 maanden.

De zomers zijn daarentegen heet, en soms daarbij ook nog vochtig met regelmatige regenval.

Caresheet

Volwassen vrouw van T.butleri in augustus in MichiganJuveniele T.butleri ( waarschijnlijk 1 jaar oud) in augustus in Michigan
Mijn artikel
over Thamnophis atratus atratus (Santa Cruz Kousebandslang) online te vinden op deze website kan als grove richtlijn voor de verzorging en kweek van T.butleri dienen. Maar er zijn duidelijke aandachtspunten die anders zijn dan bij T.atratus: de winterrust mag bij T. butleri aanzienlijk langer duren, een wat dikkere bodemlaag (die plaatselijk licht vochtig mag zijn) bestaande uit “cocopeat” of iets dergelijks lijkt beter geschikt en de sterke voorkeur voor wormen mag niet uit het oog verloren worden.

Kweekgroep

Volwassen kweekgroep van T.butleri in overwinterings emmer.Mijn kweekgroep bestaat uit (de nakomelingen van) een zestal onverwante wildvang dieren.

Ik probeer zo jongen beschikbaar te hebben van onverwante ouders zonder gevaar voor inteelt.

Literatuur:
Rossman, D.A., N.B.Ford & R.A.Siegel, (1996). The Garter Snakes. Evolution and ecology. University of Oklahoma Press, Norman

Search on Yahoo Images, etc...Search on Wikipedia Search on Google Scholar Search on Flickr