Santa Cruz Kousebandslang (deel 1)…

Verzorging en kweek van de Santa Cruz Kousebandslang, Thamnophis atratus atratus (Kennicott, 1860), (Deel 1).

Steven Bol (Auteur…)

Inleiding

T.a.atratus, volwassen vrouw van ongeveer 80 cm, San Mateo County, Ca.Kousebandslangen zijn bijzonder attractieve en actieve slangen. Dit Noord Amerikaanse geslacht kent vele soorten (30 volgens Rossman, Ford & Siegel, 1996) die voorkomen van Canada tot in Midden Amerika (Honduras, El Salvador). De variabiliteit qua tekening, kleur, lichaamsbouw en ecologie zijn enorm.

De bekendste, meest gehouden en geïmporteerde soort is wel de Gewone of Oostelijke Kousebandslang Thamnophis sirtalis, waarvan de zeer zeldzame ondersoort die voorkomt in een zeer klein gebiedje rondom San Francisco (Thamnophis sirtalis tetrataenia) wereldberoemd is. Minder bekend zijn een tweetal soorten die min of meer sympatrisch voorkomen met de San Francisco Kousebandslang (T.s.tetrataenia) in de Californische staat “San Mateo” en die eveneens bijzonder fraai getekend zijn: Thamnophis elegans terrestris, de Westkust Kousebandslang en Thamnophis atratus atratus, de Santa Cruz Kousebandslang.

T.elegans terrestris uit San Mateo County, Ca.Het is bijna ongelofelijk dat in hetzelfde gebied drie zulke mooie soorten kousebandslangen samen voorkomen. In dit artikel wil ik mijn ervaringen met het verzorgen van en het kweken met de Santa Cruz Kousebandslang beschrijven.

Deze soort doet het voortreffelijk in gevangenschap en is daarom geschikt voor zowel de beginnende als de meer ervaren liefhebber. Ik hoop met behulp van dit artikel deze tot nu toe zeer zelden in terraria gehouden slang wat meer bekendheid te geven en tevens een richtlijn te verschaffen hoe je deze soort succesvol kan verzorgen en kweken.

Het noteren van allerlei gegevens zoals de lengte van de adulten, geboortedata, aantallen per worp en lengte van de jongen kan waardevolle gegevens opleveren (zie het verzoek voor dergelijke aanvullende data in Rossman, Ford en Siegel, 1996) over de voortplantingsbiologie van kousebandslangen. Op de wijze kunnen hobbyisten een bijdrage leveren aan de wetenschap. Dit kan herpetologen helpen bij het analyseren van in het wild verzamelde data. In dit artikel worden gegevens betreffende de voortplantingsbiologie van Thamnophis atratus atratus, die zijn verzameld in de afgelopen 6 jaar, gepresenteerd en geanalyseerd.

Beschrijving

Grote zwangere vrouw T.a.atratus van 85 cm, fraaie oranje-gele rugstreep, San Mateo County, Ca.Thamnophis atratus is een vrij grote soort kousebandslang die maximaal een lengte van 101,6 cm (Rossman, Ford & Siegel, 1996) kan bereiken, maar waarvan de lengte van de volwassen dieren meestal varieert van 60 – 80 cm.
Pas in 1987 is Thamnophis atratus erkend als aparte soort. In oudere literatuur wordt deze soort, net als vele andere kousebandslangen van de westkust, vaak vermeldt als ondersoort van Thamnophis elegans, ordinoides of couchii (Rossman, Ford & Siegel, 1996).
Er is vrij veel variatie qua tekening en kleur binnen deze soort. Rossman, Ford & Siegel (1996) onderscheiden 2 ondersoorten, te weten Thamnophis atratus atratus en T.a.hydrophilus. Mijn dieren behoren tot de nominaatvorm T.a.atratus en stammen uit een populatie waarvan de grondkleur vrij donker is (vrijwel zwart) met 1 fraaie en zeer contrasterende gele (van bleekgeel tot warm oranje geel) lengtestreep op de rug en een gele keel. Er zijn ook exemplaren bekend met 3 lengtestrepen. Onlangs is er een nieuwe ondersoort beschreven: T.a.zaxanthus (http://www.californiaherps.com).
Thamnophis atratus atratus is voor een kousebandslang vrij zwaar gebouwd, en vooral de volwassen vrouwtjes kunnen plomp aandoen. Qua lichaamsbouw neigt de soort meer naar het nauwverwante geslacht Nerodia, de Noordamerikaanse waterslangen.
Voor een uitgebreide beschrijving verwijs ik naar het uitstekende boek van Rossman, Ford & Siegel (1996) en de hierboven genoemde website.

Biotoop en verspreiding

Biotoop van T.a.atratus en T.elegans terrestris in San Mateo County, Ca.Rossman, Ford & Siegel (1996) noemen als biotoop voor Thamnophis atratus ondiepe, rotsige en snel-stromende riviertjes in dichtbegroeide eikenbossen en open bossen afgewisseld met grasland. Wanneer ze voorkomen in poelen of meertjes met modderige bodem zijn er meestal wel rotsachtige aardlagen in de nabije omgeving te vinden. Open plekken op de rivieroever om te zonnen zijn erg belangrijk.
De soort komt voor langs de kuststrook van zuidelijk Oregon tot het midden van Californie (Santa Barbara County). Persoonlijke waarnemingen aan deze aquatische soort in hun natuurlijke biotoop zijn beschreven in Bol (2002).

Het terrarium

Als minimum richtlijn voor 1 of 2 volwassen koppels van deze soort houd ik 65 x 50 x 50 cm (L x B x H) aan.
Ik heb deze dieren in zowel volglazen als houten (met een glazen voorruit) terraria gehouden.

Voor het probleemloos houden van deze soort moet aan een aantal zaken extra aandacht besteedt worden.

  • Het terrarium moet goed geventileerd zijn, het landgedeelte moet krukdroog zijn en de juiste temperatuur-gradiënt moet worden gecreëerd. Voor ventilatie breng ik meestal royale stroken horregaas aan in de deksel (asymmetrisch) die tot 20 % van het oppervlak kunnen beslaan.
  • Ofschoon het slangen zijn die er een zeer aquatische levensstijl op na houden moeten ze zeker niet vochtig gehouden worden. Het bodemoppervlak is gevuld met beukensnippers. De waterbak beslaat meestal niet meer dan 1/6 van het bodemoppervlakte. Houdt het landgedeelte kurkdroog. Af en toe eens sproeien kan geen kwaad en bootst de natuurlijke situatie goed na, maar ik doe het vrijwel nooit. Het te vochtig houden van kousebandslangen kan makkelijk tot huidproblemen leiden. Het watergedeelte bestaat uit een aardewerken of plastic bak, zodat land en watergedeelte volledig gescheiden zijn en de waterbak eenvoudig te reinigen is.
  • De inrichting wordt verder wat verfraaid met stronken, klimtakken, keien e.d. Ik geef de slangen altijd de mogelijkheid zich te verschuilen. In een hoek van het terrarium breng ik wat bladeren of coniferentakken uit de tuin aan om een extra natuurlijk effect te geven. Planten gebruik ik niet (meer).
  • De hele inrichting wordt minimaal 1 – 2 maal per jaar verschoond en ontsmet.
  • Deze soort zou zich uitstekend lenen voor een biotoopterrarium met een ruime waterbak, waarin men levende vis kan aanbieden.
  • Als verwarming en verlichting gebruik ik een gloeilamp (normaal of reflector) waarvan het wattage varieert van 15 – 75 Watt naar gelang de kamertemperatuur. De lamp hangt in een hoek van het terrarium, en door een aantal klimtakken te plaatsen geef ik de dieren de gelegenheid vlak onder de lamp te zonnen. Ik tracht altijd een temperatuur gradiënt te creëren, met een warme hoek van 30 – 35 °C en een koele hoek van 20 – 24 °C overdag. De combinatie van ruime ventilatie (asymmetrisch aangebracht!), een niet te klein of te laag terrarium en een gloeilamp hoog in de minst geventileerde hoek van de bak geven al snel een temperatuur gradiënt!
  • Belangrijk is het feit dat de terraria bij mij in een onverwarmde zolderkamer staan. In de wintermaanden varieert de temperatuur in deze kamer ‘s nachts van 8 – 12 °C en overdag van 10 – 15 °C. Naar mate het buiten warmer wordt en de zon sterker lopen deze temperaturen verder op. Zomers kunnen de temperaturen op hete dagen oplopen tot wel 30 °C en hoger.
  • Vanaf begin 2005 heb ik een thermostaat die de lampen uitschakelt zodra de kamertemperatuur boven een bepaalde grenswaarde uitkomt. Als grenswaarde houd ik meestal 24 – 26 °C aan, dit om te voorkomen dat de temperatuur in de terraria te ver oploopt. Voorheen regelde ik dat wat op gevoel door op verwachte warme dagen de lampen ’s morgens vroeg al uit te schakelen (zie “problemen en ziektes”).
  • Buiten de winterrust om (zie kopje winterrust) branden de lampen dagelijks van ongeveer 8 uur tot 21 uur, en de belichtingsduur laat ik maar weinig variëren gedurende het seizoen. ’s Nachts zijn de lampen uitgeschakeld en zakt de temperatuur terug de kamertemperatuur: 10 – 15 °C in het vroege voorjaar (februari/maart/april) tot 18 – 25 °C gedurende de warme maanden van het jaar.

Volwassen man T.a.atratus van 73 cm, fraaie oranje-gele rugstreep, San Mateo County, Ca.Voorkeurstemperaturen van de meeste kousebandslangen liggen tussen de 26 – 32 °C (Rossman, Ford & Siegel (1996)), en een temperatuurgradiënt stelt ze instaat om zelf  hun lichaamstemperatuur te reguleren net als in de natuur.
Ik kijk daarbij ook het gedrag aan: liggen de slangen de hele dag verscholen dan is het veelal te heet of te koud.
Ideaal is dat ze kort na het aanslaan van de lampen pal onder de lamp gaan liggen zonnen en wat later op de dag wat verder van de warmste plek af gaan liggen of zich zelfs helemaal verschuilen.
Als ze daarbij regelmatig eten en de koele plek is niet warmer dan 25 – 28 °C maximaal (koeler is geen enkel probleem) dan is het goed.
T.a.atratus is een warmteminnende soort en mijn idee is wel dat hun optimale temperatuur zelfs nog hoger dan 32 °C ligt. Pas als de temperatuur lokaal boven de 35 °C uit gaat komen gaan ze, zeker in het vroege voorjaar, wat verder van de lamp af liggen.

Deel 2